De eigenwijzer | CPB over kansenongelijkheid

In Nederland, zo concludeert het CPB, is er van links tot rechts consensus: iedereen moet gelijke kansen krijgen. Helaas, zo concludeert datzelfde CPB, wil dat nog niet zo lukken. Het maakt in Nederland veel uit in welk gezin je geboren wordt, meer dan in andere welvarende landen. Canada doet het bijvoorbeeld stukken beter dan wij, maar ook veel Scandinavische landen waaronder Zweden pakken kansenongelijkheid beter aan.

DUO bevestigt het beeld dat CPB schept en geeft bovendien aan dat het voornamelijk kinderen uit arme of laagopgeleide gezinnen zijn die op scholen benadeeld worden. Dat is wellicht niet eens verwonderlijk te noemen. Een compleet willekeurig voorbeeld: die kinderen spreken vaker dan gemiddeld met een (sterker) dialect, terwijl er op scholen juist zo ingezet wordt op het “accentloze” Nederlands. Dat tekent het beeld van een leerling bij leerkrachten, maar wil niet zoveel zeggen over de intelligentie van een kind. Niets menselijks is een leerkracht vreemd, dus ook dit soort vooroordelen niet. Onwenselijk, maar niet onbegrijpelijk.

Naast het schooladvies van de leraar willen ook de resultaten van de eindtoets nog wel eens beïnvloed worden door hoeveel geld papa en mama hebben. Bijlesbedrijven verdienen een mooi zakcentje door kinderen ‘toetsvaardigheid’ te leren. Volgens hoogleraar Van Tartwijk is dit geen goede ontwikkeling: “Kinderen die het niet kunnen betalen, worden op achterstand gezet”.

Dat ongelijke kansen op school leidt tot grotere verschillen op latere leeftijd lijkt me een gegeven. We hebben natuurlijk de eindtoets, maar die is onderhevig aan flinke kritiek. We kunnen de leraar -weer- meer verantwoordelijkheid geven, maar dat is volgens het beeld dat DUO schept ook geen geschikte oplossing. Verder geeft minister Slob in een interview aan vóór een eindtoets te zijn “maar het is maar een momentopname.“ Slob ziet de eindtoets als één element in een pakket van maatregelen. Dat CPB het hele pakket maatregelen gewogen en te licht bevonden heeft werd helaas niet behandeld in het interview. Ik ben dus bang dat verandering niet vanuit de minister zal komen.

Het antwoord is helaas zo simpel als dat het ongewild is: er zal een flinke duit in het onderwijszakje gedaan moeten worden om kansen recht te trekken. CPB zoekt bijvoorbeeld een oplossing in ‘uitstekende’ peuterscholen in kansarme buurten, maar ook in kleinere klassen waar dat nodig is.
Commissie Borstlap heeft het o.a. over een leerbudget voor elk kind dat voldoende is om de universiteit af te ronden (wie korter leert neemt het budget mee voor ander onderwijs). Dat zijn grote veranderingen waar een behoorlijk prijskaartje aan hangt.

“Ja, ho eens even”. Denkt u wellicht. “Er is al hartstikke veel geld naar het onderwijs gegaan. Rutte III heeft er flink in geïnvesteerd.” Dat klopt gedeeltelijk, onderwijs betaalt zichzelf terug, maar is in eerste instantie inderdaad duur. De investeringen die gedaan zijn in het onderwijs zijn helaas niet eens voldoende om de uitgaven per deelnemer gelijk te houden, er zijn immers grote aantallen (internationale) studenten bijgekomen. In andere woorden, om het niveau op peil te houden is er meer geld nodig, laat staan dat we het onderwijs kunnen verbeteren zoals regelmatig werd verkondigd in de verkiezingsperiode.

Willen we verbetering, dan helpt het waarschijnlijk als we met z’n allen wat geld bijleggen… maar niet om direct te investeren in het onderwijs. De leraren hebben al een aantal keer zonder al te veel succes gestaakt, wellicht kunnen we de volgende keer dat ze naar Den Haag trekken een aantal tractoren voor ze huren.

 

Share