Inhoud ICT-cursus Microsoft Excel 365 – Basis

Inhoud van de ICT-cursus Microsoft Excel 365 - Basis | De Kantooropleider

Tijdens de cursus Microsoft Excel 365 – Basis worden de volgende onderdelen behandeld:

Kennismaken met Excel

  • de gebruikersinterface (lint, werkbalk, backstage, LivePreview)
  • Schermonderdelen (titelbalk, formulebalk, statusbalk en weergaven)

Werkmap openen, opslaan, sluiten

  • de werkmap maken (lege map of gebruik een sjabloon)
  • een werkmap openen (beveiligde weergave) en opslaan (netwerk, cloud, oude versie, .csv)

Celwijzer verplaatsen

  • gebruik de muis, naamvak of slimme toetsencombinaties
  • cellen een eigen naam geven

Gegevens invoeren

  • tekst, getallen en speciale tekens invoeren (valkuilen, AutoCorrectie, Automatisch aanvullen)
  • vulgreep gebruiken voor automatische reeksen (met interval) en eigen reeksen maken
  • snel aanvullen of Flash opvulling gebruiken

Cellen selecteren, kopiëren of verplaatsen

  • selecteren met de muis of met slimme toetsencombinaties en meervoudige selecties
  • snelle analyse van een selectie
  • kopiëren en verplaatsen via klembord en plakopties gebruiken (kolomopmaak, waarden, zonder randen, transponeren)

Meer werkbladen in een werkmap

  • de werkbladen selecteren (aaneengesloten, niet-aaneengesloten of allemaal)
  • een werkblad invoegen, verwijderen, andere bladnaam, andere tabkleur
  • werkbladen kopiëren, werkbladen verbergen en zichtbaar maken

Berekeningen

  • gebruik van de operators voor optellen, aftrekken, vermenigvuldigen en delen
  • formule invoeren en wijzigen (typen, klikken)
  • AutoSom-knop en opbouw van functies
  • relatieve en absolute verwijzingen in formules

Werkbladen opmaken

  • kolombreedte en rijhoogte aanpassen (even breed/hoog, max. breed/hoog)
  • rijen en kolommen invoegen, verwijderen, verbergen, zichtbaar maken
  • blokkeren van rijen en/of kolommen

Cellen opmaken

  • thema’s in Office, celstijlen en tabelstijlen gebruiken
  • celeigenschappen voor tekst (lettertype, uitlijnen, randen en kleuren)
  • celeigenschappen voor getallen (getal, valuta, datum, percentage, speciaal en aangepast)

Pagina-indeling en afdrukken

  • pagina-instelling (marges, afdrukstand, papierformaat)
  • afdrukbereik bepalen, titels afdrukken, bladinstellingen aanpassen

Grafieken

  • gegevens voor grafiek selecteren en grafiek maken
  • grafiektype kiezen (kolom, lijn, cirkel, staaf, enzovoort), ontwerp en indeling aanpassen
Print pagina