De schoolmeester | Zinsontleden

Zinsontleden

Het viel me op dat cursisten de laatste jaren steeds meer moeite hebben met het formuleren van correcte zinnen. Wat doen jullie aan zins- en woordontleden met de leerlingen, vroeg ik daarom de docent Nederlands in het MBO. Niets, want daar snappen ze toch niets van, was het antwoord. Ik was (in goed Nederlands) flabbergasted en staarde haar verbaasd aan. Maar hoe leer je ze dan het verschil tussen hen en hun, vroeg ik verbluft. Nou, gewoon laten oefenen. Heel veel zinnetjes met hen en hun, gaf ze als oplossing. Ik kon me er niets bij voorstellen. Al heb je nog zoveel zinnetjes geoefend, als je niet weet waarom je de ene keer ‘hen’ en de andere keer ‘hun’ gebruikt, wat leer je daar dan van?

Helaas zien we al jaren een verloedering van de Nederlandse taal, en steeds minder mensen weten de juiste taalregels. Jammer, want taal is nauw verweven met het wezen van de mens. Taal maakt mensen vrij om te communiceren en dus om te leren. Door slordig met taal om te gaan raken mensen vervreemd van wie ze zijn en van de groep tot wie ze behoren. Zorgvuldig taalgebruik opent mogelijkheden en kansen en geeft zelfvertrouwen, slordig taalgebruik leidt tot onverschillig gedrag en dus tot het weggooien van kansen. Bovendien wordt de communicatie er niet beter op, wat ten koste gaat van de sfeer in onze maatschappij.

Ik wil niet de taalpurist uithangen, die vindt dat vroeger alles beter was. Taal ontwikkelt zich en beweegt, dat is gezond en leuk. Natuurlijk communiceren we niet meer zo als 100 jaar geleden. Maar zoals de taal toen regels had, zijn er ook nu regels. Regels die zich aanpassen aan de beweging van de taal, maar waarvan het nog steeds belangrijk is om ze na te volgen. Veranderingen in het taalgebruik is niet het probleem, maar het geringe belang dat wij aan onze huidige taal hechten. Onze Taal, een zeer gerespecteerd instituut op het gebied van de Nederlandse taal, meldde onlangs in hun taalquiz niet meer te letten op het verschil tussen hen en hun ‘omdat mensen toch niet meer weten wat het verschil is’. Hoe erg is dat. Het onderwijs leert de regels niet meer aan, de mensen kennen de regels dus niet, we passen de regels daarom niet meer toe. Een boze droom!

En het is zo simpel: hen als het om een lijdend voorwerp of een meewerkend voorwerp met voorzetsel gaat, hun als het een meewerkend voorwerp zonder voorzetsel of een bezittelijk voornaamwoord is. Oeps, dat is waar ook: we leren niet meer wat een lijdend voorwerp, meewerkend voorwerp, voorzetsel of bezittelijk voornaamwoord is. Weet u wat ik het ergst aan deze ontwikkeling vind? Ikzelf maak ook steeds meer fouten in mijn spreektaal. Ik ken de regels wel, maar in het dagelijks taalgebruik worden zo veel fouten gemaakt, dat je taalgevoel verdwijnt. Zoals we geen naamvallen meer kennen en geen besef meer hebben van mannelijke of vrouwelijke woorden, zo verliezen we in rap tempo het gevoel voor andere taalregels. De Kantooropleider wil verantwoord opleiden en heeft daarom de belangrijkste taalregels juist tot speerpunt gemaakt. Bij ons leren cursisten gewoon dat zij (niet hun) hun (niet hen) taal moeten beheersen, en dat wij dit aan hen (niet hun) zullen leren.

 

Wist u, dat:

  • De Kantooropleider een uitstekende cursus Zakelijk Nederlands heeft voor taalbeheersing op niveau 3F (mbo)?
  • De Kantooropleider daarnaast voor taalliefhebbers de cursus Nederlandse Bedrijfscorrespondentie heeft op niveau 4F (havo/vwo)?
  • Dat we in die cursus de scholingsbijeenkomsten o.m. gebruiken om te oefenen met taalregels?

 

 

Dit bericht delen via je social media? Dat kan natuurlijk door op de onderstaande knop(pen) te klikken!

Share