De eigenwijzer | een land van begrafenisondernemers

We zijn een land van begrafenisondernemers

“Pulling on a dead horse”. Ceiran is een oud studiegenoot van mij. Wanneer hij in Nederland is mogen we graag een drankje nuttigen en wat nagenieten van vergane gloriedagen. Dankzij één van zijn Nederlandse collega’s is steenkolenengels het gespreksonderwerp van de avond.

Tot de grote hilariteit van zijn afdeling had een collega van Ceiran in een mailtje een staaltje Dunglish gemanifesteerd waar Louis van Gaal trots op zou zijn. Toch werd zijn mail redelijk begrepen en kreeg hij een antwoord, dat was eigenlijk altijd wel het geval gaf Ceiran toe.
“Hoe zit het met collega’s uit andere landen?” vroeg ik hem. Die blijken andere fouten te maken. Waar wij overmoedig met uitdrukkingen, gezegden en spreekwoorden strooien, is het voor anderen een hele opgave om een mail zonder grammaticale fouten te maken.

Zijn ervaringen zullen niet universeel zijn. Toch zette het me aan het denken. Nederlanders zijn trots, maar vooral heel kritisch op hun Engels. Is dat terecht? Waarom zouden we onszelf aan de ‘native speakers’ moeten meten en niet aan de mensen voor wie Engels óók een vreemde taal is? English as a Second Language (ESL) is niet voor niets een vak apart.

“We’re a country of undertakers” zei Joop den Uyl ooit. Hij had ‘ondernemers’ bedoeld, dat foutje heeft hem jaren achtervolgd. Maar niet alleen in de politiek is men creatief met Engels, je vindt prachtige exemplaren van het steenkolenengels overal waar Nederlanders opduiken. “We have to look upstairs, not downstairs” zei van Gaal ooit op een persconferentie. Koeman noemde de prestatie van zijn team “fortraffic” toen hij voortreffelijk poogde te vertalen. Dat kun je toch geen steenkolen noemen? Dat zijn diamanten! Die zouden we moeten omarmen!

In India (maar ook in bijvoorbeeld Pakistan) wordt er zoveel Engels gesproken dat er dialecten ontstaan. Die dialecten hebben -zoals alle dialecten- grammaticale afwijkingen, een andere uitspraak, andere woorden en uitdrukkingen dan the Queen’s English. Dat maakt het niet altijd makkelijker voor native speakers, maar in een steeds internationalere wereld komen ze wél goed mee. Je hoort de Britten en Amerikanen nog wel eens klagen over dit Engels, maar dat is onzin. Een maïsboer in Louisiana en een Ierse schilder zullen ook moeite moeten doen om elkaar te verstaan, maar niemand noemt die dialecten ongeldig. Bovendien, in veel internationale bedrijven merk je dat de native speakers tegen meer communicatieproblemen dan de ESL-collega’s onderling. De natives praten te snel of te informeel, waardoor ze voor collega’s soms moeilijk te volgen zijn.

Het is dus hoog tijd om een lans te breken voor een Nederlands Engels dialect! Onze harde klanken mogen best in het Engels terug te horen zijn en “Shank you” wordt ook wel begrepen. Wég met het muggenziften en meer Nederlandse uitdrukkingen alstublieft! Die zijn de laatste jaren namelijk behoorlijk populair geworden. Je kunt tegenwoordig tegeltjes bestellen met Dutch proverbs zoals “He is playing a dragon of a match” en “I feel chickendelicious today”. Of wat dacht je van een mok waar “Hold your waffle” op staat?  Stroopwafels zijn sowieso al populair in het buitenland, dus eigenlijk is de eerste slag al gewonnen. Nu alleen nog even doorpakken!

…of zou dat toch “pulling on a dead horse” zijn?

 

Dit bericht delen via je social media? Dat kan natuurlijk door op de onderstaande knop(pen) te klikken!

Share