TAALWEETJE | Ervan af of ervanaf?

Val je ervan af, of ervanaf? Dat hangt ervan af of het pijn doet!

Taalweetje | Hun of hen? | De Kantooropleider

 

Het woordje ‘er’ gecombineerd met een voorzetsel schrijf je meestal aan elkaar vast: ervan, eraan, eruit, ernaar, enz. Datzelfde geldt voor ‘daar’ en ‘hier’: daarvan, daaraan, hiervan, hieraan.

 

Je schrijft het aan elkaar als ‘er’ voor ‘iets’ staat.

  • Ik houd ervan = ik houd van iets.
  • Ik kom eruit = ik kom uit iets.

 

Vaak staan er meerdere voorzetsels achter ‘er’, ‘daar’ of ‘hier’: ervanaf, ervanuit, enz. Mag je die dan allemaal aan elkaar vast schrijven? Dat hangt ervan af!

 

  • Dat hangt ervan af = het hangt van iets af. Je mag ‘ervan’ dus aan elkaar schrijven. En het woordje af? In dit geval niet, en dat komt omdat ‘af’ bij het werkwoord ‘afhangen (van)’ hoort. Hoort het voorzetsel bij een werkwoord, dan schrijf je dat los. Hoort het niet bij een werkwoord, dan schrijf je alles aan elkaar vast.

 

  • Ik ga ervan uit dat je op tijd komt. Het werkwoord is ‘uitgaan (van)’. Je schrijft dus ‘ervan’ aan elkaar vast, en ‘uit’ los.

 

Wat is nu goed: Ik val ervan af, of: Ik val ervanaf?

Wel, beide opties zijn goed, maar de betekenis verschilt! Als je schrijft ‘Ik val ervan af’, dan hoort het woordje ‘af’ bij het werkwoord ‘afvallen’. Je bedoelt dus: Ik verlies er gewicht door.

Als je schrijft ‘Ik val ervanaf’, dan is er sprake van het werkwoord ‘vallen’ (want ‘af’ hoort niet bij het werkwoord). Je bedoelt dan: Ik val op de grond (en dat doet pijn).

Dit bericht delen via je social media? Dat kan natuurlijk door op de onderstaande knop(pen) te klikken!

Share