TAALWEETJE | Er gaat veel mis

Er gaat veel mis

Dit taalweetje gaat over een woord waar we veel minder fouten in maken dan je eigenlijk zou verwachten. Het woordje er is namelijk maar een raar geval. Dat merk je vooral wanneer je een zin gaat vertalen.

Laten we eens kijken wat er gebeurd als we  het volgende simpele zinnetje letterlijk vertalen.

Er is iets gebeurd.                           –                              Something has happened.

Je merkt dat er inderdaad iets is gebeurd: het woordje er valt weg!
Dat komt omdat het woord er een soort partikel is. Van deze variant hebben we er in het Nederlands een aantal maar andere talen hebben er minder of soms zelfs helemaal geen.

We gebruiken er vooral voor zijn grammaticale functie. Het woordje heeft geen “inhoud” zoals je dat bij bijvoorbeeld bijwoorden ziet (veel, erg, etc.). Om het nog ingewikkelder te maken heeft er ook nog eens verschillende grammaticale functies! Hier 4 voorbeelden:

 

De expletieve functie:

Er neemt de plaats in van het onderwerp. Het onbepaalde onderwerp staat dan verderop in de zin, zoals bij de voorbeeldzin hierboven. Het onderwerp kan ook compleet ontbreken:

Er wordt gedronken.

 

Plaatsbepaling:

Ga je vaak naar Groningen?

Ja, ik kom er vaak.

We gebruiken het hier ongeveer in de betekenis van “de plaats die zojuist genoemd is”.
Veel expats hebben hier moeite mee, zij gebruiken in deze context vaak het woordje “daar”:

Ja, ik ga daar vaak naar toe.                        –                      Yes, I go there often.

De betekenis is praktisch hetzelfde, maar het is geen letterlijke vertaling. Als je een Brit praktisch foutloos Nederlands hoort praten, maar de zinnen klinken wat raar of geforceerd, dan komt het vaak door dit soort “foutjes”.

 

Een zelfstandig naamwoord vervangen bij een voorzetsel

Ik zet mijn bord op de tafel.

Ik zet mijn bord erop.

Er komt hier bij het voorzetsel te staan. Zo ook bij, bijvoorbeeld:

Hij werd ertoe gedwongen.

 

Een zelfstandig naamwoord vervangen na een telwoord

Ik heb twee koppen koffie op.

Ik heb er twee op.

 

Het laatste interessante feitje over er is dat het soms meerdere van deze functies tegelijkertijd kan vervullen. Kijk maar eens naar de volgende zin:

Ik heb net twee vissen in de kom gedaan.

Ik heb er net twee in gedaan.

Het woordje er vervangt hier zowel “vissen” als “de kom”!

 

Kortom, er valt veel over er te zeggen. Je snapt nu vast dat mensen met Nederlands als tweede taal hier wel eens een foutje in maken. Het blijft fascinerend hoe wij moeiteloos zo’n ingewikkelde grammaticale constructies maken terwijl veel makkelijkere dingen wel eens fout gaan.

 

 

Dit bericht delen via je social media? Dat kan natuurlijk door op de onderstaande knop(pen) te klikken!

Share